Eerste Wereldoorlog

In 1916 verkreeg het bedrijf een contract om V12 motoren te bouwen voor Oostenrijk-Hongarije. Rapp zocht extra kapitaal en vond dat bij Camillo Castiglioni en Max Friz. Een te snelle uitbreiding zorgde voor problemen, waarna Rapp het bedrijf verliet. De leiding van het bedrijf werd overgenomen door Franz Josef Popp, en het bedrijf werd omgedoopt tot Bayerische Motoren Werke GmbH. In 1918 werd de rechtsvorm van het bedrijf veranderd van een GmbH in een AG (Aktiengesellschaft): "Bayerische Motoren Werke AG".

Na de Eerste Wereldoorlog werd de fabriek eerst een tijdje gesloten, omdat het Duitse bedrijf door de bepalingen van het Verdrag van Versailles verboden werd om nog (militaire) vliegtuigmotoren te produceren. Na heropening ging de fabriek voornamelijk remmen voor spoorwegwagens produceren, onder de naam Süddeutsche Bremsen-AG ("Südbremse"). Na verkoop van het bedrijf aan Knorr-Bremse koopt voormalig meerderheidsaandeelhouder Camillo Castiglioni in 1922 de naam BMW terug en verkoopt deze aan de Bayerische Flugzeug Werke. Onder de nieuwe naam BMW produceerde de voormalige BFW motors voor verscheidene producten, later ook voor motorfietsen en personenwagens.

In 1923 begon Bayerische Motoren Werke (BMW) met de productie van de eerste motorfiets, de BMW R32.

In 1928 nam BMW de voertuigfabriek Eisenach A.G. over, waar men de kleine Dixi bouwde. Dit was voor Bayerische Motoren Werke de start als autofabrikant. In maart 1929 produceerde BMW de eerste auto: de BMW 3/15 (de 15 verwees naar het aantal pk), een afgeleide van de Austin Seven. BMW's eerste echte eigen auto's werden vanaf 1933 geproduceerd. Dit waren meer geavanceerde 6-cilinder sportwagens en sedans. Vooral de 327 sedan en 328 roadster, snelle 2-liter wagens, waren zeer geavanceerd voor hun tijd. Onder meer dankzij deze modellen kreeg BMW een naam als bouwer van sportieve auto's.