Na de Tweede Wereldoorlog

 
Medewerker in de BMW-fabriek in 1968, werkend aan een 1600-model

Na de oorlog herstelde BMW zich. De onderneming dreef vooral op de bouw van motorfietsen. Men bouwde na de oorlog voornamelijk grote sportwagens en limousines met V8 motor die maar mondjesmaat werden verkocht. De fabriek kwam daardoor op het randje van het bankroet. De redding kwam in de vorm van een driewielig 'scootmobiel' in licentie van het Italiaanse Iso, de BMW Isetta en de BMW 700. De doorbraak kwam met de BMW 1500 uit 1961. Halverwege de jaren zestig had BMW behoefte aan extra productiecapaciteit, terwijl de ontwikkelings- en productiekosten bij Hans Glas GmbH juist te hoog werden. BMW nam de firma Glas in Dingolfing in november 1966 over voor 9,1 miljoen DM. Sommige Glas modellen werden nog enkele jaren in productie gehouden, zoals de 1700 GT Coupé die als BMW 1600 Coupé verderging, en enkele Goggomobil modellen. De Glas 3000 V8 werd juist in productie genomen, en kreeg zelfs geen echt BMW uiterlijk, met uitzondering van het logo op de grille. In 1969 liep de laatste Goggomobil van de band in Dingolfing. Vanaf dat moment werden hier uitsluitend nog BMW's geproduceerd. Sindsdien bouwde BMW een gamma van sportieve sedans en coupés op die leverbaar waren met veel verschillende motoren, wat in de jaren zestig bijzonder was. Het merk creëerde een nieuw genre met de 323i uit 1977, een relatief kleine sedan met achterwielaandrijving en een 6-in-lijn benzinemotor onder de motorkap. Kenmerkend voor BMW-automobielen is dat de meeste van hun auto's achterwielaangedreven zijn, al is vierwielaandrijving tegenwoordig op veel modellen ook leverbaar.

Zoals vele andere automerken zag BMW zich in strijd met de concurrentie gedwongen uit te breiden. Het bedrijf nam in 1994 het Britse Rover over voor 1,7 miljard pond.[4] In 1998 verloor BMW de strijd om Rolls-Royce van Volkswagen, maar kaapte de rechten op de naam Rolls-Royce, die bij Rolls-Royce Aerospace bleken te berusten, voor de neus van Volkswagen weg. Rover bleek een miskoop en werd in maart 2000 in twee gedeelten van de hand gedaan, waarbij BMW slechts de rechten op de Mini behield.[5] De overname van Rover is een schoolvoorbeeld van een slechte acquisitie.[6] In 2002 bracht BMW een retro-versie van de vroegere Mini op de markt die wel succesvol is.

Ook in de motorfietsbranche deed BMW goede zaken, de bekende tweecilinder tweewielers werden vanaf de jaren zestig niet alleen populair bij overheidsdiensten, maar ook zeker bij het grote publiek. Begin jaren tachtig maakte BMW de fout de populaire boxermotorte willen laten vallen ten faveure van 3- en 4-cilinder in lijnblokken, echter dat besluit werd na stormachtige protesten al snel weer teruggedraaid. BMW heeft sindsdien de typische boxermotor verder ontwikkeld tot een modern blok met 4 kleppen per cilinder en dubbele bougie. BMW is nog steeds een zelfstandig concern en is dus geen onderdeel van een overkoepelende moedermaatschappij.

Maak jouw eigen website met JouwWeb